De bodem

Verse compost

Veel mensen denken dat planten groeien door het voedsel dat ze uit de aarde opnemen. Niets is minder waar. Planten groeien door de CO2 die ze uit de lucht opnemen. Door fotosynthese die in gang gezet wordt door het zonlicht wordt de CO2 afgebroken in twee delen zuurstof en één deel koolstof. Die koolstof is een uitermate mooi materiaal om een levende plant mee te bouwen. Maar waar hebben planten dan wortels voor zult u zich afvragen.

Een plant heeft wortels om zich vast te zetten zodat het blijft op de fijne vruchtbare plaats waar het wortel heeft kunnen schieten. Daarnaast kunnen de wortels ook water opnemen. En daarnaast heeft een plant voedingsstoffen nodig om gezond te blijven. Deze voedingsstoffen zorgen voor een goede weerstand tegen ziekten en schimmels.

In het proces van fotosynthese kunnen we als eigenaren niet heel veel ingrijpen. Al wordt dat in de kassen in het Westland uiteraard op grote schaal wel gedaan. Toch doen we dat in de tuin ook. Schaduwminnende planten krijgen een plekje aan de schaduwrijke kant van een border, achter een schutting of muur. zon minnende planten komen in de volle zon te staan. En alles daar tussen in natuurlijk.

Op het gebied van ondergrond kunnen we veel meer en beter ingrijpen.

De minerale ondergrond van de aarde is ontstaan door vulcanische activiteit. Het magma dat in gestolde vorm naar de oppervlakte is gekomen is een chemische verbinding tussen silicium (Si) en Zuurstof (O2). Het vulkanisch gesteente is vervolgens onder veel verschillende omstandigheden onderhevig geweest. Het is onder grote druk komen te staan of is door ijs, wind en water verplaats. Ook is het in steeds kleinere stukken afgebroken en onder druk weer samengevoegd. Dit hele spel van de natuur heeft er voor gezorgd dat er erg veel verschillende soorten gesteenten, zand, kiezels, klei enz. zijn.

korrelgrootteSommige gesteente verweren snel onder invloed van biochemische reacties. Andere gesteente staan onder invloed van water en hete of extreem koude temperaturen.  De gesteenten die minder stabiel zijn en makkelijk verweren tot secundair gesteente worden ook wel kleimineralen genoemd. Ze kunnen goed water opnemen en kunnen makkelijk voedingstoffen aan zich binden. Veel planten voelen zich dus wel prettig bij een enigzins klei achtige bodem structuur. De kleimineralen samen met humus vormen een belangrijke ondergrond voor veel plantsoorten. Het  zogenoemde klei humuscomplex is dus een uitermate belangrijk startpunt.

Dat er veel verschillende soorten kleinere gesteente zijn is heel intressant. Maar waar het om tuinieren gaat zijn we alleen geintresserd in het zand en klei met een korrelgrote van 2mm en minder. Want dat is het gesteente dat bepaald hoeveel zuurstof en water er in de tussenruimtes van de bodem word opgenomen en gebonden kunnen worden. In de afbeelding hiernaast zie u hoe groot de verschillende soorten korrelgrootte van klei en zand in verhouding tot elkaar zijn.

  1. Zand    – 2 tot 0.05 mm
  2. Silt        – 0.05 tot 0.002 mm
  3. Klei       – < 0.002 mm

bodem
Zand

Kan weinig voedingstoffen vasthouden door het grote formaat van de korrel zakt ook het water snel door de tussenruimtes naar beneden. Daarentegen houden de grote korrels wel de onmisbare lucht vast. Een zandgrond is door de losse consistentie makkelijk te bewerken voor de tuinier.

Klei

Klei is heel anders. Deze kauwgom-achtige substantie laat water maar moeilijk doordringen en veel zuurstof hoef je er ook niet te verwachten. De klei grond neemt het water zelfs zo sterk op dat het water zich niet laat afstaan aan de planten die daardoor tekenen van verwelking kunnen vertonen. Gelukkig heeft klei ook voordelen, door dat de deeltjes zo klein zijn hebben ze een relatief groot oppervlakte dat de voedingsdeeltjes makkelijk aan zich bindt.

Silt

Silt zit een beetje tussen klei en zand in. Maar meestal is het niet alleen maar silt. Het is eerder siltige zandgrond of siltige kleigrond.

Leem

Voor een bodem waarin alle drie bovenstaande grondsoorten aanwezig zijn gebruiken we de naam Leem. Dit is een ideale bodemsoort voor heel veel verschillende soorten planten. De afwisseling van de verschillende korrelgroottes met elk hun unieke eigenschappen zoals het vasthouden van vocht, lucht en voeding maakt het tot de ideale grondsoort.

Kleur en textuur

Zowel kleur als textuur kunnen ons veel over de grond vertellen. De kleur vertelt ons iets over de voeding in de bodem. De textuur verteld ons iets over de mogelijkheid van de grondsoort om vocht en lucht vast te houden. Geophysische wetenschappers onderscheiden bijna 170 verschillende soorten kleuren grond. Maar de meeste daarvan zijn een variatie op de 4 hoofdkleuren: Zwart, grijs, rood en bruin. Hoe donkerder de kleur hoe voedingsrijker de grond. Want gecomposteerde organische materialen zullen donker verkleuren. Grijze grond wijst op een slechte drainage terwijl rode grond juist wijst op een bodem met een gebrek aan voedingsstoffen.

Bodemonderzoek

Doormiddel van een zeer eenvoudig onderzoek kan je er achter komen hoe je grondsoort is samengesteld in je eigen tuin. Een expert zou zelfs met de hand kunnen voelen hoe de bodem is samengesteld.

diy-soil-jar-test-1Bodemonderzoek 1: de modderproef

benodigdheden:

  • 1 monster op 5 tot 10 cm diepte in uw tuin
  • 1 monster op 15 tot 25 cm diepte in uw tuin
  • 1 monster op 25 tot 50 cm diepte in uw tuin
  • 3 glazen jampotten, melkflessen of ander doorzichtige houders

Vul de potten of flessen voor de helft met het monster en de andere helft met water. Schud het mengsel goed. Na enkele minuten zult u merken dat de grote zandkorrels al allemaal op de bodem van liggen. De klei kleurt het water rood en laat het water nog lange tijd troebel. Het silt bevind zich er tussen in. Ook het humusgehalte kunt u op deze manier bepalen. Humus kleurt het water donker, bijna zwart.

Bodemonderzoek 2: de vingertoppentest

Bent u een gevoelig persoon? Voor de volgende test zou dat wel eens handig kunnen zijn. Laat het zand voorzichtig in uw handpalm rusten terwijl u telkens wat zand door over uw vingertoppen wrijft. Zand voelt korrelig aan. U kunt de individuele korrels voelen en met het blote oog waarnemen. Silt voelt meliger aan en de individuele korrels zijn niet meer onafhankelijk zichtbaar. Het silt plakt een beetje maar kan niet in vormen gekneed worden. Leem bestaat grotendeels uit fijn materiaal maar bevat ook duidelijk voelbare zandkorrels. Je kan ze lichtelijk rollen. Klei kan veel beter gerold worden en allerlij vormen gekneed worden. Uiteraard zijn er ook veel verschillende tussensoorten van al deze verschillende bodemsoorten.

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *